Er hangt nog een lichte mist op maandagochtend. De zon is nog maar een uurtje op en schijnt zachtjes door de nevel. De wereld is stil. Rustig. Wat een verschil met de onrust in mij. Terwijl ik een wandeling maak op deze koude ochtend, probeer ik te genieten van de rust. Ik verlang naar vrede, maar merk dat mijn lichaam niet meewerkt. En dan spreekt God tot mij.
Ik verlang naar vrede, maar mijn lichaam werkt niet mee
Omdat het zo koud is, maak ik er een korte wandeling van. Toch wil ik de rust op mij in laten werken. Een deel van de wandeling lukt dit ook een beetje, maar een ander deel word ik afgeleid door het risico op uitwerpselen. Eigenlijk probeer ik het gevoel van mij af te zetten dat ik nog een heleboel moet doen. Het afgelopen weekend was druk, zelfs zonder werkverplichtingen. Nu wil ik hard aan de slag om zo veel mogelijk taken zo snel mogelijk gedaan te krijgen. Alleen op deze manier gebeurt dat zonder vrede en zo wil ik niet leven.
Ik wil weer teruglopen naar huis en werp nog een blik naar hoe de zon door de nevel schijnt. Ik moet iets teruglopen, want de zon zit achter een boom. Terwijl ik een paar stappen terug doe en besluit even stil te staan, hoor ik de stem van de Vader.
“Je houdt wel van wandelen, maar sta je weleens stil?” Wow, die had ik even nodig. Stilstaan. Dat is nog eens wat anders dan wandelen. Wandelen is soms al moeilijk in onze gejaagde wereld. Echt stilstaan gaat nog verder. Het gaf mij de ruimte om die maandag volop te leven.
Reactie plaatsen
Reacties