Meditaties

Lees hieronder meditaties van Roelof Meijer die hij elke 2 weken online zet. In deze meditaties ga je dieper de Schrift in en komt Gods Woord tot leven. Op deze manier leer je God en Zijn plan beter kennen, maar ervaar je ook persoonlijk meer van wie God is.

Inschrijven meditaties

Gebruik onderstaand formulier om de meditaties in je mail te ontvangen:

Week 05 2026

Onderwerping van de geest

Openbaring 10 (HSV)

1-7: En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen. Hij was bekleed met een wolk en boven Zijn hoofd was een regenboog. Zijn gezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als zuilen van vuur. En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. En Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde. En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op. En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn hand op naar de hemel, en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn. Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.

Daniël 12

9: Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde.

Openbaring 22 (HSV)

10: En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.

1 Korinthe 14 (HSV)

29-32: En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen. Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd worden. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.

Goddelijke autoriteit

Nadat Johannes eerst een machtige engel uit de hemel ziet neerdalen, gebeurt er vervolgens iets bijzonders. De engel wordt zo bijzonder omschreven dat het bijna lijkt alsof de engel aan God gelijk is. De wolk, de regenboog, de zon en de zuilen van vuur – het zijn allemaal tekenen die doen denken aan de verschijning van God en van Jezus zelf (zie Openbaring 1 en 4). Maar er is een groot verschil. Nergens wordt Jezus uitgebeeld als engel in het boek Openbaring. Sterker nog: van engelen wordt nadrukkelijk gezegd dat ze niet aanbeden mogen worden, terwijl het Lam juist net zo veel aanbidding waard is als God zelf (en dat zegt genoeg over Jezus’ goddelijkheid). Maar ook hoe de engel spreekt en er daarna volgt, doet denken aan de stem van God (zie Amos 1:2 en Psalm 29). Deze engel staat niet symbool voor God zelf, maar absoluut wel voor goddelijke autoriteit. Wat er gebeurt als deze machtige stem gedonderd heeft, zegt heel veel over profetie.

Lees meer »
Week 03 2026

In geestvervoering

Openbaring 1 (HSV)

9-18: Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, omwille van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. Ik was in de geest op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een luide stem, als van een bazuin, die zei: Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste, en: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea. En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren. En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam, en Zijn voeten waren als blinkend koper, gloeiend gemaakt in een oven, en Zijn stem klonk als het geluid van vele wateren. En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een tweesnijdend scherp zwaard; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, en Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels van het rijk van de dood en van de dood zelf.

Openbaring 4 (HSV)

1-2: Hierna zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel. En de eerste stem die ik als van een bazuin met mij had horen spreken, zei: Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat hierna moet geschieden. En meteen raakte ik in geestvervoering. En zie, er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.

Job 33 (HSV)

14-15: Want God spreekt één of twee keer, 

maar men slaat er geen acht op:

in een droom, een visioen in de nacht,

als een diepe slaap op de mensen valt,

in de sluimer op de slaapplaats.

Wanneer de Geest jou iets openbaart voor anderen

De bovenstaande bijbelpassages maken weer een heleboel duidelijk over profetie. In tegenstelling tot wat sommige christenen beweren, gaat profetie er niet om dat je spontaan spreekt (door de Geest). Het kan wel dat de Geest door je heen spreekt, maar dat is nog geen profetie. Het kan ook dat je wel een openbaring krijgt, maar dat is nog niet per se een profetie (zolang het gaat om iets tussen jou en God). Profetie gaat erom dat je een boodschap aan andere mensen doorgeeft die eerst aan jou persoonlijk is geopenbaard. Dit is hoe de Geest door profetie werkt. Bovenstaande passages geven je hierin ook veel inzichten die je helpen dit beter te begrijpen.

Lees meer »
Week 01 2026

Johannes' Openbaring

Openbaring 1 (HSV)

1-3: Openbaring van Jezus Christus, die God Hem gegeven heeft om Zijn dienstknechten te laten zien wat spoedig moet geschieden, en Hij heeft die door Zijn engel gezonden en aan Zijn dienstknecht Johannes te kennen gegeven. Deze heeft van het Woord van God getuigd en van het getuigenis van Jezus Christus, alles wat hij gezien heeft. Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.

Openbaring 22 (HSV)

10: En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.

1 Korinthe 14 (HSV)

29-32: En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen. Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd worden. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.

Onvoorstelbaar fascinerend

Johannes ontvangt op Patmos een indrukwekkende openbaring. Het is eigenlijk niet voor te stellen wat hij allemaal te zien krijgt. Het is niet voor niets dat sommige christenen het boek bijna tot niet lezen. Andere lezen het wel, maar weten eigenlijk niet zo goed wat zij ermee aan moeten. Weer anderen lezen het gefascineerd, maar komen dan met ideeën die (met alle respect) toch wel erg fantasierijk zijn. In deze meditatieserie wil ik niet zozeer ingaan op waar Openbaring precies over gaat. Wel zullen deze meditaties je helpen om iets meer structuur in het boek te herkennen. Bovenal wil ik met deze serie je helpen om te begrijpen wat het betekent om een christelijke profeet te zijn. 

Lees meer »
Week 30 2025

Een Beter Verbond

Hebreeën 8 (HSV)

1-7: De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo'n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen. Hij is een Dienaar in het heiligdom en in de ware tabernakel, die de Heere heeft opgericht en niet een mens. Want elke hogepriester wordt aangesteld om gaven en slachtoffers te offeren. Daarom was het noodzakelijk dat ook Deze iets had om te offeren. Want als Hij op aarde zou zijn, zou Hij niet eens priester zijn, omdat er hier priesters zijn, die volgens de wet gaven offeren. Deze priesters doen dienst in een afbeelding en schaduw van de hemelse dingen, overeenkomstig een aanwijzing van God die Mozes ontving bij het voltooien van de tabernakel. Want zie erop toe, zegt Hij, dat u alles maakt overeenkomstig het voorbeeld dat u op de berg getoond is. Nu heeft Hij echter een zoveel voortreffelijker bediening ontvangen, zoals Hij ook van een beter verbond Middelaar is: een verbond dat in betere beloften is vastgelegd. Immers, als dat eerste verbond onberispelijk geweest was, zou er voor een tweede geen plaats zijn gezocht.

Hebreeën 9 (HSV)

11-15: Maar toen is Christus verschenen, de Hogepriester van de toekomstige heilsgoederen. Hij is door de meerdere en meer volmaakte tabernakel gegaan, die niet met handen is gemaakt, dat is: die niet van deze schepping is. Hij is niet door bloed van bokken en kalveren, maar door Zijn eigen bloed eens en voor altijd binnengegaan in het heiligdom en heeft daardoor een eeuwige verlossing teweeggebracht. Want als het bloed van stieren en bokken en de as van de jonge koe, op de verontreinigden gesprenkeld, hen heiligt tot reinheid van het vlees, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door de eeuwige Geest Zichzelf smetteloos aan God geofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken om de levende God te dienen! En daarom is Hij de Middelaar van het nieuwe testament, opdat, nu de dood heeft plaatsgevonden tot verzoening van de overtredingen die er onder het eerste verbond waren, de geroepenen de belofte van de eeuwige erfenis ontvangen.

Profetische bemiddeling

Er zijn veel teksten die gaan over wat Jezus heeft gedaan voor ons, maar ik vind deze teksten uit de Hebreeënbrief wel heel erg sterk. Het lijkt misschien niet direct profetisch om deze teksten aan te halen. Toch is niets minder waar. In Jezus, de ultieme Dienaar van God, vallen het priesterschap, het koningschap en het profeetschap samen. Net zoals Mozes (een van de grootste profeten) een middelaar was tussen de HEERE en Israël, zo is ook Jezus een profetische Middelaar tussen God en Zijn volk. Het meest bemoedigende hieraan is dat Jezus niet kan falen. Hij is de volmaakte Middelaar. En daarbij moet ook genoemd worden dat Hij vrij toegang heeft tot God en zelfs thuis is naast Gods troon. Daar kan Mozes niet tegenop. En hetzelfde geldt voor het verbond dat Jezus bewerkt heeft en waarin Hij dienst doet.

Lees meer »
Week 28 2025

Jezus’ Bloed en het Verbond

Mattheüs 26 (HSV)

20-28: Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf. En toen zij aten, zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u dat een van u Mij zal verraden. En zij werden zeer bedroefd en ieder van hen begon tegen Hem te zeggen: Ik ben het toch niet, Heere? Hij antwoordde en zei: Wie de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden. De Zoon des mensen gaat wel heen zoals over Hem geschreven is, maar wee die mens door wie de Zoon des mensen verraden wordt! Het zou goed voor die mens zijn als hij niet geboren was. Judas, die Hem verraadde, antwoordde en zei: Ik ben het toch niet, Rabbi? Hij zei tegen hem: U hebt het gezegd. En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.

1 Korinthe 11 (HSV)

20-29: Zoals u nu bij elkaar samenkomt, is dat niet het eten van het Avondmaal van de Heere. Want bij het eten gebruikt iedereen van tevoren al zijn eigen avondmaal en dan heeft de één honger, terwijl de ander dronken is. Hebt u dan geen huizen om er te eten en te drinken? Of minacht u de gemeente van God en beschaamt u hen die niets hebben? Wat moet ik nu tegen u zeggen? Zal ik u hierin prijzen? Ik prijs u niet. Want ik heb van de Heere ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij werd verraden, brood nam, en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis. Evenzo nam Hij ook de drinkbeker, na het gebruiken van de maaltijd, en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed. Doe dat, zo dikwijls als u die drinkt, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood eet en deze drinkbeker drinkt, verkondig de dood van de Heere, totdat Hij komt. Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt.

Het bruiloftsmaal met het Lam

Ik weet nog goed dat het Avondmaal gevierd werd en dat ik heel erg verdrietig was. Zo erg zelfs dat de tranen over mijn wangen rolden. Ik zeg dit niet om heel vroom over te komen, want dan was het toen waarschijnlijk gekomen door besef van mijn eigen gebrokenheid als zondig mens (zoals dat in sommige kerken sterk benadrukt wordt, voordat je aan het Avondmaal kan deelnemen). Waar ik zo door geraakt was, was het bruiloftsfeest waar het Avondmaal onder andere naar verwijst. Dit was één van de thema’s die in een bijbelstudierooster naar voren waren gekomen in de week voorafgaand aan die Avondmaalszondag. Hierbij werd verwezen naar Jesaja 25:6-8 (maar je kan ook denken aan Openbaring 19 en 21). Ik was zo enorm verheugd dat ik mocht uitzien om met alle gelovigen deel te hebben aan het bruiloftsmaal met het Lam, wanneer er geen dood en verdriet meer zal zijn. Wat mij alleen enorm verdrietig maakte, was dat mijn toenmalige huisgenoten niet deelnamen aan deze viering. Deze viering is eigenlijk een voorschot van de heerlijkheid die ons als gelovigen te wachten staat. Dat zij daar niet bij waren, deed mij erg veel verdriet. En dat doet het mij nog steeds. Gelukkig gaat het er bij het onwaardig aangaan waar Paulus over schrijft niet om of je met een blij of verdrietig gezicht aan het Avondmaal gaat. Ook gaat het er trouwens niet om of je je ellendig genoeg voelt over je verdorvenheid als zondig mens.

Lees meer »
Week 26 2025

Verbondsvernieuwing

Jeremia 31 (HSV)

31-34: Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal sluiten, niet zoals het verbond dat Ik met hun vaderen gesloten heb op de dag dat Ik hun hand vastgreep om hen uit het land Egypte te leiden – Mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ík hen getrouwd had, spreekt de HEERE. Voorzeker, dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël sluiten zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven. Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn. Dan zullen zij niet meer eenieder zijn naaste en eenieder zijn broeder onderwijzen door te zeggen: Ken de HEERE, want zij zullen Mij allen kennen, vanaf hun kleinste tot hun grootste toe, spreekt de HEERE. Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en aan hun zonde niet meer denken.

Deuteronomium 30 (HSV)

1-6: Het zal gebeuren, wanneer al deze dingen, de zegen en de vervloeking die ik u voorgehouden heb, over u komen, dat u het weer ter harte zult nemen onder alle volken waarheen de HEERE, uw God, u verdreven heeft. En u zult zich bekeren tot de HEERE, uw God, en Zijn stem gehoorzaam zijn, u en uw kinderen, met heel uw hart en met heel uw ziel, overeenkomstig alles wat ik u heden gebied. Dan zal de HEERE, uw God, een omkeer brengen in uw gevangenschap en Zich over u ontfermen. Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken waarheen de HEERE, uw God, u verspreid had. Al bevonden uw verdrevenen zich aan het einde van de hemel, toch zal de HEERE, uw God, u vandaar bijeenbrengen en u vandaar weghalen. En de HEERE, uw God, zal u naar het land brengen dat uw vaderen in bezit hadden, en u zult het weer in bezit nemen; en Hij zal u goeddoen en u talrijker maken dan uw vaderen. De HEERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nageslacht besnijden, om de HEERE, uw God, lief te hebben met heel uw hart en met heel uw ziel, zodat u leven zult.

Persoonlijke godservaringen en algemeen geloof

Ik had nog niet zo lang geleden een bijzondere godservaring gehad. Het was een moment waarin ik persoonlijk Gods genade ervaren hard en mijn hart daarmee vervuld was. Niet lang daarna stuitte ik op Jeremia 31:31-34. Je kunt je vast wel voorstellen dat ik enorm geraakt was door deze tekst. Ik herkende veel van mijn eigen ervaring. Namelijk dat God Zijn liefde in mijn hart had uitgestort en ik hem persoonlijk leerde kennen. Ik bedoel dit met nadruk op ‘persoonlijk’, want ik wist al wel wie God was door mijn christelijke opvoeding. Ik ben zelfs zeer dankbaar dat ik mocht opgroeien in een christelijk gezin, waarbij ik ook naar een serieus christelijke school en naar de kerk mocht gaan. Ik ben ervan overtuigd dat God dit zeker heeft gebruikt om mij klaar te stomen voor mijn roeping. Het is voor mij daarom ook onmogelijk om te denken dat ik voor deze persoonlijke ervaring helemaal nog geen kind van God was. Toch is deze persoonlijke ervaring voor mij wel een bijzonder moment geweest in mijn relatie met mijn Vader die ik niet had willen missen. Jeremia 31 spreekt ook over een onmisbaar moment voor ons geloof. Het gaat dan niet per se om zomaar een persoonlijke Godservaring, maar om een cruciaal moment in Gods heilsplan. Hieronder zal ik proberen toe te lichten waarom dit zo belangrijk is.

Lees meer »