Onderwerping van de geest
Openbaring 10 (HSV)
1-7: En ik zag een andere sterke Engel uit de hemel afdalen. Hij was bekleed met een wolk en boven Zijn hoofd was een regenboog. Zijn gezicht was als de zon, en Zijn voeten waren als zuilen van vuur. En Hij had in Zijn hand een boekje, dat geopend was. En Hij zette Zijn rechtervoet op de zee en Zijn linker op de aarde. En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen Hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen. En toen de zeven donderslagen hun stemmen hadden laten horen, stond ik op het punt ze op te schrijven. Maar ik hoorde een stem uit de hemel tegen mij zeggen: Verzegel wat de zeven donderslagen gesproken hebben en schrijf dat niet op. En de Engel Die ik op de zee en op de aarde zag staan, hief Zijn hand op naar de hemel, en Hij zwoer bij Hem Die leeft in alle eeuwigheid, Die de hemel heeft geschapen met wat daarin is, de aarde met wat daarop is en de zee met wat daarin is, dat er geen tijd meer zou zijn. Maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer die op de bazuin zal blazen, zal ook het geheimenis van God volbracht worden, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, verkondigd heeft.
Daniël 12
9: Toen zei Hij: Ga heen, Daniël, want deze woorden blijven geheim en verzegeld tot de tijd van het einde.
Openbaring 22 (HSV)
10: En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij.
1 Korinthe 14 (HSV)
29-32: En laten twee of drie profeten spreken, en laten de anderen het beoordelen. En als aan een ander die daar zit, iets geopenbaard wordt, laat dan de eerste zwijgen. Want u kunt allen, de één na de ander, profeteren, opdat allen leren en allen bemoedigd worden. En de geesten van de profeten zijn aan de profeten zelf onderworpen.
Goddelijke autoriteit
Nadat Johannes eerst een machtige engel uit de hemel ziet neerdalen, gebeurt er vervolgens iets bijzonders. De engel wordt zo bijzonder omschreven dat het bijna lijkt alsof de engel aan God gelijk is. De wolk, de regenboog, de zon en de zuilen van vuur – het zijn allemaal tekenen die doen denken aan de verschijning van God en van Jezus zelf (zie Openbaring 1 en 4). Maar er is een groot verschil. Nergens wordt Jezus uitgebeeld als engel in het boek Openbaring. Sterker nog: van engelen wordt nadrukkelijk gezegd dat ze niet aanbeden mogen worden, terwijl het Lam juist net zo veel aanbidding waard is als God zelf (en dat zegt genoeg over Jezus’ goddelijkheid). Maar ook hoe de engel spreekt en er daarna volgt, doet denken aan de stem van God (zie Amos 1:2 en Psalm 29). Deze engel staat niet symbool voor God zelf, maar absoluut wel voor goddelijke autoriteit. Wat er gebeurt als deze machtige stem gedonderd heeft, zegt heel veel over profetie.
